Bij de kapper

  • Leerlingen: “Amai mevrouw, u bent al grijs! Hoe, bent u al zo oud?” (Dubieus compliment, maar ik neem het positief op, geheel tegen alle verwachtingen in.)
  • Senior HR manager, tevens beste vriendin: “Ik moet eerlijk zijn, ik wil dat jij dat ook bij mij bent, maar Laura, nu ben je wel echt grijs…” (En ik maar denken dat er een groot geheim aan zat te komen.)
  • Lady Bulinski, grote zus: “Je moet naar de kapper. Punt.”
  • Crisismanager, tevens pathologisch leugenaar: “Grijs of niet, je bent altijd mooi.” (Dat hij me twee jaar geleden vroeg of ik wel eens gehoord had van conditioner vergeet ik hier voor ieders gemak eventjes.)

Met een bang hartje bel ik mijn favoriet kapsalon in de kleine grote stad. Het is namelijk alweer meer dan 6 maanden geleden, en eigenlijk vinden zij, de haarexperten, dat ik driemaandelijks moet komen. “Allez, dus weer de hele santenboetiek, suske?” Ja, mevrouw de kapster. Ik vertel maar niet dat ik momenteel rondloop met vettig vierkleurig haar, afgebleekt door zon en zee. Eigenlijk een min of meer natuurlijke ombre, maar dan totaal mislukt.

In het kapsalon aangekomen, kijken de kijvende kapsters me verdacht aan. Ik had niet door dat het zó erg gesteld was met mijn coupe, oei. De priemende blik heeft echter een andere reden, ik sta blijkbaar op de verkeerde maandag aan hun deur. Typisch iets voor deze minister van agitatie met een slecht beheerde agenda! Ik zit net niet met de handen in het haar (heb ik me daarvoor gehaast verdomme, parking gezocht én betaald verdomme) en keer van een kale reis terug huiswaarts. In de auto blijkt de naftbak leeg te zijn, maar ik kan nog net op tijd een tankstation vinden. Een mens zou voor minder overstuur worden en grijs haar krijgen.

Een week later is het voor echt aan mij. Eerst krijg ik onder mijn voeten, zoals verwacht. Een strenge reprimande van de kapster, ook dat nog. De slons in mij schaamt zich, en tja, er zit veel slons in mij.

Dan word ik geverfd, gewassen, gekapt en gebrusht. Hopelijk loopt er niets mis, want de rampscenario’s in mijn hoofd zijn talloos. Wat dacht je nu, dat iemand als ik zorgeloos uren in het kapsalon doorbrengt? De kans bestaat echt dat je per ongeluk kaal naar buiten stapt, toch?

Gelukkig vergeet ik mijn zorgen dankzij het gezellig getater van de knippende madammen. Zo weet ik dat de moeder van een van de kapsters 81 is, whatsappt maar zonder afkortingen, en last heeft van een steenmarter. De kapster zelf draagt een bril van Odette Lunettes van hier recht tegenover, want de Stefaan is de enige die ze mag verdelen. Ze heeft opeens ook last van zweetoksels, en haar collega voelt collegiaal een straaltje tussen haar borsten lopen. De airco mag dus aan, hoera, want dat ik daar al 25 minuten zit te zweten als een rund met drie handdoeken over mijn schouders en hoofd gedrapeerd, lijkt iedereen even ontgaan te zijn.

Wat was nu mijn punt eigenlijk ook al weer? Juist ja, moet ik vanaf nu driemaandelijks naar de kapper gaan omdat ik grijzend ben? Moet ik me neerleggen bij de beginnende aftakeling? Is dat het lot van een 30-jarig meisje met risico op uitgroei? Is het oké om ook gewoon wat slons te zijn als belangrijk minister? En vooral: wat moet dat oud dametje doen om die marter weg te houden? Al die levensvragen op een doordeweekse maandag, zucht. Het wordt me wat te veel.

Ik denk dat ik toch nog eens 6 maanden ga wachten met de kapper om een volgende existentiële crisis uit te stellen. Het kost me verdorie genoeg (€95 alstublieft!) om wat tijd, gemoedsrust en niet-splitsende haarpunten te kopen.

slide_341346_3519352_free

 

 

2 thoughts on “Bij de kapper”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s