Temptation 2.0

“Zou er een vrouw bij mij op de kamer mogen?” vraagt de crisismanager bij het kijken van alweer een uiterst entertainende aflevering van Temptation Island, waar nieuwkomer Zach al na dag 2 duidelijk zijn zach wil leegmaken en de verleidsters aanklampt alsof hij in geen maanden nog van de grond is gekomen. Het lijkt alsof de arme drommel het nochtans niet al te ingenieuze concept van het programma niet goed begrijpt. Verbaast me dat? Neen, want als je vrijwillig “Fuckboy Airlines” laat tatoeëren boven je knie behoor je nu eenmaal niet tot dat deel van de bevolking dat wel voldoende verstandelijke capaciteiten heeft meegekregen om nu al twaalf seizoenen lang niet deel te nemen aan een reality show als Temptation Island.

Om terug te komen op de prangende vraag van de crisismanager. Ik zeg hem dat ik denk van wel, dat hij hopelijk volwassen genoeg is om met een vrouw in één kamer te zijn zonder er iets mee te doen. Waarop de crisismanager riposteert: “Tuurlijk, dat doe ik nu toch ook al enkele maanden.”

Haha. Het is april 2020, vier maanden na de bevalling.

Je moet weten, de kleine kabinetschef-tut is op natuurlijke wijze ter wereld gekomen. Daar hoorde in mijn geval een stevige knip bij en een gynaecoloog die haar met een zuignap uit mij heeft gesleurd, gerukt, getrokken en gesjord. Uiteraard was mijn epidurale uitgewerkt net op het moment dat de gynaecoloog naarstig aan het naaien sloeg, waardoor ik wanhopig op mijn pompje aan het drukken was om niet te voelen wat ik voelde. En neen, gelukshormonen helpen niet tegen de pijn van het dichtgenaaid worden.

Nadien krijg je de aanbeveling mee om zeker 6 weken te wachten vooraleer je je terug waagt aan het liefdesspel. Wat mij betreft mag de medische wereld daar voor de veiligheid toch 6 maanden van maken om ongedurige mannen een wat realistischer beeld te geven van hoe het met de onderkant van de teerbeminde moeder van hun kind gesteld is.

Want ja, na 6 weken stond de crisismanager daar wel als een kwispelende hond, enthousiast te blaffen dat het terug mocht. Hij had nochtans de bevalling vanop de eerste rij meegemaakt. Hij wíst hoe ik er aan toe was. Hij is me moeten komen redden op het toilet toen ik flauwviel tijdens mijn eerste plasje na de worp. Hij hoorde even goed als ik de vroedvrouw met doorrookte stem bulderen dat het normaal was dat ik weende, want heel mijn onderwereld was wel naar den duvel. Hij was kroongetuige toen de vroedvrouw aan huis een draadje van mijn hechtingen moest losmaken omdat het zo hard prikte in mijn wonde dat ik niet meer kon zitten. Om van mijn aambeien nog maar te zwijgen, zelfs dát had hij gezien. En nu komt hij aan mijn mouw trekken voor wat seks? Dat hij nog maar even aan zijn eigen mouw trekt!

Durft hij nog te grappen dat het hem niet uitmaakt, want hoe het ook zij, na zes weken heeft er op z’n minst toch iemand van ons twee seks. Als de dokter het zegt. Als ik hem zeg dat zelfs de apothekeres om de hoek het normaal vindt dat we nog niet terug in actie zijn geschoten onder de lakens, is hij vooral geëntertaind dat de apothekeres daar überhaupt iets van afweet, om dan maar ineens voor te stellen dat zij misschien kan komen helpen. Het lef! Je zou voor minder hysterisch worden.

Misschien toch maar eens werk maken van die agendaseks, waar we over lazen in een boekje van Kind & Gezin terwijl mijn mama op bezoek was. Erger zelfs, het was mijn ma die opperde na de zoveelste tussenkomst in ons zoveelste gekibbel of we al eens agendaseks hadden geprobeerd. De crisismanager – erg openhartig voor zijn doen, dus ik hield mijn hart al vast – antwoordde mijn ma dat hij dat al wel eens geprobeerd had, maar dat die agenda niet echt meewerkte.

Toen vond ik dat hilarisch, maar wat wil je, ik had al nachten niet meer ononderbroken geslapen. Al was mijn moeder ook verdacht hard aan het meelachen. Die crisismanager toch. Als ik niet half in m’n broek had gepist tijdens het lachen om zijn flauwe mop, was er misschien wel iets meer van gekomen. Met humor verover je namelijk pas echt een vrouw.

Behalve als die haar bekkenbodemspieren nog niet genoeg getraind heeft.

4 Comments

  1. ludodegreef

    De crisismanager voelt niet wat jij voelt. Praten helpt om te begrijpen.
    Ik ben niet zeker dat een ongevoelige crisismanager aan de basis ligt.
    Hij mist ook jou, zijn lieve partner, die hij zo graag ziet dat hij wil knuffelen …

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s