Op retraite

Een tijdje geleden vroeg een collega-vriendin of ik niet mee wou gaan skiën in Zwitserland. Zij en haar vrienden hadden een chalet gehuurd voor 14 personen, maar er konden er nog wel twee bij. De crisismanager en ik hadden net een crisis te bedwingen, een eenzaam oudjaar lonkte, dus een weekje weg van alles leek me een aanlokkelijk idee. Ondanks het feit dat ik eigenlijk niet moet hebben van wintersportvakanties en eigenlijk vooral totaal niet kan skiën, ging ik toch in op het sympathieke aanbod. Onder het mom van een week retraite in een blokhut in de Zwitserse bergen verkocht ik deze skivakantie aan mezelf: de minister kon een week mentale rust wel gebruiken om los te komen van de turbulente tijden op het ministerie. Ik zei dus ja, voor alle duidelijkheid, op een voorstel waar ik op een ander moment in mijn leven radicaal nee op zou hebben geantwoord. Geef toe, wie gaat nu vrijwillig op vakantie naar de sneeuw?

index

Ik dus. Best spannend, want ik kende dus niemand van mijn mede-vakantiegangers, behalve dan de collega-vriendin. Ik lieg, ik kende een deel van de olijke bende door hen jaarlijks te bedienen op de legendarische restaurantdagen van onze school. Qua kennismaking kan dat tellen. Het stelde me tevens gerust dat de man van mijn collega-vriendin eveneens een andere eenzame onbekende had uitgenodigd. Zo konden we gelukkig met z’n tweetjes infiltreren in de vriendengroep, waarbij het overigens uren duurde vooraleer we door hadden wie wie was. De Fousse, den dike, Luigi, de gerant, Jackie, James, Makke en Makkelstein, ons Muisje, Alain, Nalin, Matlan (wie the fuck is Matlan?), de Lekke, Smekke, Slekke, de beer en het saapjen… Waren we met 14 of met 34?

De nachtelijke rit naar Val d’Illiez, het mondaine skioord waar we verbleven, smeedde gelukkig meteen een band. De aankomst aan de chalet zo mogelijk nog meer. Na doodsangsten te hebben uitgestaan op een spekglad steil baantje waar we vast waren komen te zitten, moesten we de auto elders kwijt. Een oudere local ontfermde zich over ons en gidste onze topchauffeur uit deze uiterst benarde situatie. Alleen: nu moesten we te voet boven geraken zonder uit te glijden. Wat uiteraard niet lukte. Eén van de jongens maakte zo’n indrukwekkende slide naar beneden dat een andere er terstond een scheet van liet. Het ijs was gebroken, de gêne voorbij. Iets later moest ik een auto ontwijken, waardoor ik op mijn knieën in de berm terecht kwam en niet meer recht geraakte zonder uit te glijden. Dan maar op handen en knieën verder, terwijl jammerend om mijn moeder en de vreemde blikken van mijn reisgenoten en toevallige passanten negerend. De toon was gezet. De rest van de dag dronken we cava en ontvingen we alle andere arriverende gasten. Een uiterst aangename kennismaking.

De ene gezapige dag na de andere volgde elkaar op, waarbij kaasfondue, drank en gezelschapsspelletjes een prominente plaats innamen. Als buitenstaander keek ik vertederd en toch ook een tikkeltje jaloers toe hoe hecht deze vriendengroep aan elkaar vast hangt. Zij zijn volgens mij de reden dat de bedenkelijk klinkende contaminatie framily werd bedacht. Al leken ze op sommige momenten iets meer op een sekte, bijvoorbeeld wanneer we op oudjaar allemaal samen, lekker dicht bijeen, op de grond moesten gaan liggen omdat een of andere Eskimo een triestig liedje zong over zijn overleden vriend. De andere buitenstaander riep verbouwereerd “Nu lig ik hier met mijn neus in James zijn navel te peuteren”, wat op een luid en unisono ssssst onthaald werd, terwijl ik niet anders kon dan keihard ingehouden lachen. Een uiterst emotioneel moment. Dat er voordien Jägermeister werd rondgegeven in een pollepel en dat die moest worden leeggedronken onder luid supportersgejuich vermeld ik voor de lieve vrede even, zodat de context toch niet helemaal verloren gaat.

Wanneer ik de crisismanager wilde bellen om hem een gelukkig nieuwjaar te wensen ving ik helaas even bot. Het scheelde niet veel of ik kreeg alsnog een kleine inzinking, maar een geruststellend bericht van één van de vrienden kon dat vermijden. Bleek dat hij net 12u had gehaald, maar meer ook niet. Moet je weten, bij mij was het de eerste oudejaarsnacht sinds lang die ik me nog levendig kan herinneren. Zelfs na enkele pollepels Jägermeister. Hoedje af.

980x

Op 2018. Het jaar waarin alles alleen maar beter wordt. En een volgend oudjaar met de manager dat we ons beiden herinneren. Wie weet zelfs een gezamenlijke skivakantie, want ik heb mijn mening over wintersport volledig moeten herzien. Misschien moet ik in de toekomst wat minder radicaal neen zeggen tegen het mij onbekende… Alhoewel, dat wordt ook maar saai. Hoe dan ook, een week retraite -alleen en niet alleen- heeft de minister duidelijk deugd gedaan. Niet getreurd, er blijft genoeg drama over om tijdelijk lichtjes hysterisch van te worden. Een eerste moment dient zich trouwens weldra aan.

En aan al mijn nieuwe vrienden: merci voor de warme ontvangst. Tot volgend jaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s