Boterhammen met smeerkaas

Ik vind jammer genoeg niet vaak de tijd meer noch de puf om online wat hysterisch te ranten over alle onzin die ik tegenkom. En we weten allemaal hoeveel onzin ik zoal tegenkom op een doordeweekse scrollsessie op pakweg den Instagram. Dat is niet goed, want die hysterie van me afschrijven is eigenlijk mijn vorm van kosteloze therapie. Ik schrijf de frustraties weg, geef er een kwinkslag aan, doe alsof ik daardoor weer alles kan relativeren en ga verder met mijn verder hoogst middelmatig leven.

Dus ik dacht, waarom betaal ik geen psycholoog om naar mijn gepreek te luisteren, in plaats van te verwachten dat ik ook nog eens tijd vind om iets neer te pennen, waarna ik ook nog eens verwacht dat mensen mijn schrijfsels willen lezen? Laat staan mij willen betalen om die schrijfsels te lezen? Ach, als je geen geld verdient aan je passie, dan kan je beter geld uitgeven aan je psyche. Of zoiets. Het is al lang goed, ik zal wel dokken voor mijn 1 uur durende opbouw naar een bevrijdende catharsis. De mensen die mij lezen, die krijgen die catharsis gratis en voor niks. Altruïstisch ben ik soms nog wel.

Dus, zo geschiedde. Ik ging al wel eens naar de peut, en af en toe stond ik mezelf een grondige onderhoudsbeurt toe. Zo ook nu. Daar, gezeten op de zetel, met de kleenex binnen handbereik, werd ik eigenlijk voornamelijk weer heel boos en verdrietig omwille van de vele soorten onzichtbare en minder onzichtbare druk die ik de laatste tijd weer voel. Door mijn omgeving, misschien. Mijn eigen toedoen, ook misschien. Maar vooral door maatschappelijke constructies, onvervulbare verwachtingen, biologische en hormonale kenmerken en die good ol‘ vermaledijde social media.

Begon ik daar quasi roepend tegen mijn psychologe een monoloog af te steken over hoe ik als moeder ongewild rond de oren word geslagen met opvoedkundig advies allerhande van coaches allerhande. Met het belerend vingertje, priemend in de lucht. Soms zelfs letterlijk, ja. Met van die ‘Doe niet dit, maar doe dat’ en ‘Zeg niet dit, maar zeg dat’-kadertjes.

Zeg niet ‘Huil niet’, maar zeg ‘Huil maar zoveel je wil, klein mensje, en ik zal met je praten op het niveau van een volwassene en ik zal je leren hoe je op je drie jaar al uiting kunt geven aan allerlei complexe gevoelens terwijl ik het als 35-jarige zelf amper kan en daarna zullen we een herstelgericht gesprek voeren over hoe ik als mama best nooit meer mijn stem verhef en nooit nog dingen tegen je zeg zoals ‘stop met huilen’ waardoor jij blijkbaar de rest van je leven getraumatiseerd zou kunnen zijn en dan drinken we een cappu- en babyccino en huppelen we hand in hand het leven door’.

Van die boodschappen dus, van mensen die ik overigens niet volg maar die wel voortdurend in mijn feed verschijnen door het fucked up algoritme van Big Brother himself. Je kan er gewoonweg niet aan ontsnappen! En tuuuuuurlijk zitten daar goede opvoedtips tussen die ik zou kunnen en willen gebruiken, dat weet ik ook wel. Maar is het niet gewoon allemaal wat te veel, zo nu en dan?

Webinar hier over ouderschap, webinar daar over verbindend communiceren, webinar ginder over de vrouw die nog ergens diep in jou verstopt zit, webinar overal over helikopter- vs. loedermoederen anno 2022.

Echt. Waar.

Daar kan je toch niet doodgemoedereerd naar staan blijven kijken?

Want zo zit ik ’s avonds dan wel weer uitgeteld in de zetel te overpeinzen dat ik de kleine cabinetards mogelijks een trauma heb bezorgd omdat ik kwaad werd nadat hij of zij onze gloednieuwe tv kapotmaakte / de tanden weer eens niet wilde poetsen / krijste omdat de (nieuwe) tv af moest en we een boekje gingen lezen / het avondeten weer maar eens niet wilde aanraken / haar broer of zijn zus een mep gaf / huilde omdat ik de verkeerde pyjama klaarlegde / op tafel kroop en er al dansend bijna afviel.

(Neen, daar word ik heus niet altijd boos om, want het zijn nu eenmaal sta-tut-airs. Maar soms zijn er zo van die dagen, weet je wel. En mag je echt niet meer tegen een kind zeggen dat het niet moet huilen? Want ik huil zelf veel, en toch vind ik dat je soms mag zeggen dat het niet hoeft. Wanneer je bijvoorbeeld drie stappen verder zet en ze beginnen te wenen omdat je de volle dertig centimeter bent opgeschoven. Toch? TOCH? TOOOOOOOCH?)

De psychologe knikte begripvol toen ik buiten adem mijn stream of consciousness beëindigde en zei berustend: ‘Het is allemaal wat veel, hé.’ Ik knikte beamend. Want in al dat (al dan niet opgedrongen) zoeken naar die moederrol, verlies ik soms uit het oog dat ik nog andere rollen heb. Of ik voel vaker dan me lief is dat ik in geen enkele rol nog glansrijk kan zijn. Ik probeer nog les te geven, ik probeer nog een avondopleiding te volgen, ik probeer nog mijn bijberoep draaiende te houden, ik probeer nog een sociaal acceptabel leven te leiden, ik probeer nog gewoon mezelf te zijn, ik probeer nog een boeiende, grappige, gegeerde partner te zijn en ik probeer nog desperaat een huishouden draaiende te houden. Ik probeer ook gewoon graag eens niets te zijn. Welja, dat is soms allemaal wat veel.

Nu, jouw conclusie kan zijn dat ik dan precies toch beter eens zo’n webinar volg. Ik snap het wel. Maar ik wil gewoon wat minder van dat gevingerwijs van hoe je het wel of niet moet doen. Wat meer het gevoel dat het allemaal goed genoeg is. Dat het niet erg is dat je huis niet pinterestproof is, dat de statistieken van je seksleven meer op en neer gaan dan jijzelf, dat je geen veel te duur open ended play voor je kind hebt aangeschaft of dat je geen instagramwaardige lunchbox met plantaardig en vezelrijk lekkers hebt gefabriceerd maar elke dag voor de boterham met (smeer)kaas gaat en wat komkommer.

Ik wil eigenlijk gewoon wat meer boterhammen met smeerkaas zien.

Qua conclusie kan dat tellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s